“Pay your respects to the Gods and Bhuddas, but never rely upon them.”

Papegaaiduikers in Runde

Papegaaiduiker : (Fratercula arctica) is een opvallende vogel uit de familie van alken (Alcidae). Hij is gemakkelijk te herkennen aan het zwartwitte verenkleed en de grote, tijdens het broedseizoen felgekleurde snavel.  Door zijn uiterlijk en manier van voortbewegen wordt hij soms de clown der zeevogels genoemd … althans dat is wat Wikipedia ons vertelt.

Om zelf te ervaren hoe gemakkelijk hij te herkennen is en om zelf te ervaren hoe grappig die kereltjes (en vrouwtjes) wel zijn reden we in 2007 voor een eerste keer naar Runde, een klein eilandje voor de Noorse kust.  De slordige 2,000 kilometer lange trip werd afgelegd in 2 -weliswaar lange- dagen en bracht ons via Nederland door Duitsland, Denemarken en Zweden om tenslotte aan te komen in Noorwegen, het land van fjorden en gletsjers.  Als reisroute kozen we voor de optie “boot + brug”, dwz.  naar Puttgarden (Duitsland), daar de ferry op richting Rodby (Denemarken) en daar via de tunnel en de Oresundbrug naar het Scandinavisch schiereiland.

In 2009, toen we voor de tweede naar Runde trokken, volgende we dezelfde route, alleen namen we in Noorwegen niet de E6 maar de E16 en een aantal (zeer) kleine binnenwegen.  Nadeel … veel langere reistijd, voordeel … je komt door een waanzinnig mooi landschap.

Op het eiland Runde zijn er tal van mogelijkheden om te overnachten.  Er is een camping, een aantal hotelletjes/appartementen, een hele rits vakantiewoningen/hutten en een jeugdherberg.  Onze eerste trip opteerden we voor de camping, de tweede keer dat we het eiland aandeden (2009) kozen we voor een kamer in “Runde Kafe”.  Alhoewel beiden accomodaties ons erg goed bevallen zijn moet ik eerlijk toegeven dat ik het comfort en de veiligheid van een hotelkamer(tje) toch prefereer boven het slapen in een tentje … zeker als je voor een klein fortuin aan fotomateriaal bij hebt.

Wat dat fotomateriaal betreft … in 2007 waren het een D50 en een D200 body in combinatie met een 70-200 f/2,8 en een 300 f/4 objectief.  Om nog iets meer bereik te hebben werd er af en toe ook gebruik gemaakt van een 1,4 teleconvertor.  In 2009 bestond de uitrusting hoofdzakelijk uit een D300 en een D700 body in combinatie met dezelfde 70-200 f/2,8, een -gehuurde- 300 f/2,8, een 1,4 en een 1,7 teleconvertor.  Uiteraard ging ook de groothoek (12-24) en de macro (150) mee alsook de standaard 50mm.

Dat de nieuwere kameras veel betere prestaties leveren op hogere ISO waarden kwam erg goed van pas, want daar waar we in 2007 mochten fotograferen met prachtig en overvloedig aanwezig zonlicht werden we in 2009 geconfronterd met mist, motregen en zware bewolking.  Een tegenvaller van formaat, zeker als je je zinnen hebt gezet op het maken van de zogenaamde “flightshots” en je dus liefst sluitertijden van 1/2000 tot 1/4000 zou willen halen.

Ook de 300 f/2,8 was een godsgeschenk … razendsnelle AF, perfect werkende VR (beeldstabilistatie) en vlijmscherp op volle opening.  Het enige nadeel van dit fraai stukje techniek/optiek is -afgezien van zijn prijs- het gewicht … met 2,850 gram zeker geen “wandelobjectiefje” dat je een ganse dag om je hals wil laten hangen.

Even tellen … D300, D700, 12-24, 50, 70-200, 150 macro, 300, teleconvertors, batterijen, memory-cards, statief, draadontspanner, polarisatiefilter en nog wat kleine spullen … komt neer op een dikke 13 kilo … een degelijke rugzak -zoals de LowePro Vertex 300- om die hele mik-mak in te vervoeren is dus geen overbodige luxe !  Tel daarbij nog even het gewicht van de rugzak zelf (3,700 gram) plus nog een goede 1,500 gram voor eten en drank en we komen uit op een totaal van iets over de 18 kg.  Haalbaar als je wat getrainde beentjes hebt, maar als je bedenkt dat je steeds een flinke wandeling voor de boeg hebt vooralleer je de Puffins te zien krijgt, dan breekt het zweet je al uit nog voor je de eerste stap gezet hebt.

Vanaf de camping (waar ook een parkeerplaats is) tot aan de meest bezochte locatie om de “eend-papegaai-pinguïn” vogels te bekijken is het iets meer dan 2 kilometer stappen.  Onze GPS-track vertelt dat we daar met een gemiddelde snelheid van 2,6 km/u 48 minuten en 9 seconden over gedaan hebben.  Op het eerste zicht niet echt een prestatie om over naar huis (of op internet) te schrijven, maar als je even kijkt naar het hoogteverschil dat je tijdens die trip moet overbruggen, dan vallen die cijfers best nog mee.  Het vertrekpunt ligt op 3 meter boven de zeespiegel, het hoogste punt op 211 meter en de uiteindelijke bestemming op 194 meter.  Een gemiddeld stijgingspercentage van om en bij de 10% dus.

De route naar boven begint als een grintweg en gaat al snel over in een pad dwars door het grasland.  Hier en daar staan houten paaltjes die dienst doen als wegwijzer en over de beekjes zijn houten loopplanken gelegd … al bij al makkelijk bewandelbaar dus.  Om op de grootste verzamelplaats van de Puffins te komen moet je nog wel even klauteren en afdalen langs een stijle rotswand.  In 2007 zorgde dit voor wat spanning, maar sindsdien is er op het lastigste stuk van de afdaling een houten ladder geplaatst, zodat we in 2009 een stuk veiliger konden afzakken.

En dan is het zover … je gooit de vervloekte rugzak met al dat veel te zware fotospul van je schouders, ploft neer in het gras en drinkt de halve inhoud van je drinkfles in één teug leeg.  Als een hongerige wolf stort je je op je voorraad voedsel en pas na een kwartier hijgen en puffen kom je terug wat op je positieven.  Time to shoot some Puffins dus.  Enjoy !

Greetz,

Chris

1 Reactie »

  1. [...] : bekijk ook deze pagina voor meer info (en meer [...]

    Pingback door Va-kan-tie « “Pay your respects to the Gods and Bhuddas, but never rely upon them.” — oktober 6, 2009 @ 10:11 am


RSS feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Plaats een reactie

Blog op Wordpress.com.